maandag 30 april 2018

Oorlog met 'Veilig Thuis': 2e VT-arts veroordeeld!

De door 'Veilig Thuis' geïntroduceerde epidemie van PCF c.q. 'Münchausen by proxy'' heeft weer een slachtoffer geëist, echter niet een onschuldig kind of de ouders maar wederom een 'Veilig Thuis'- arts, de welbekende mw. A.M.Raat, eerder genoemd in de berichten in deze rubriek in het artikel 'Oorlog met 'Veilig Thuis' en het artikel 'Het zelfreflecterend vermogen van VT' over de veroordeling van dr. Teeuw en de aanklacht tegen mw. Raat, die toen verworpen werd.

Dit keer is er echter eerder reden tot vreugde: mw. Raat is veroordeeld tot maar liefst een berisping en gelukkig voor haar zou ze wél 'zelfreflectie' hebben, die klacht is namelijk ongegrond verklaard. Dit keer is er echter eerder reden tot vreugde: mw. Raat is veroordeeld tot maar liefst een BERISPING!

Het vreugdevolle nieuws kwam tot mij via onderstaand artikel op www.tuchtrecht.nl:

Klacht tegen vertrouwensarts Veilig Thuis gegrond
Nieuwsbericht | 24-04-2018 | 12:00
Amsterdam - Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam verklaart de klachten van de ouders tegen een vertrouwensarts van Veilig Thuis (VT) gegrond.

De klachten

Klagers verwijten de vertrouwensarts van VT dat zij onzorgvuldig en vooringenomen is geweest bij de uitvoering van het onderzoek en het samenstellen van de rapportages over hun drie kinderen. De psychisch medische problematiek van de kinderen zou onzorgvuldig zijn beoordeeld. Zij zou zich verder onzorgvuldig hebben uitgelaten in een brief aan klagers oudste zoon (toen 16 jaar) en tot slot onvoldoende zelfreflectie hebben getoond.

Oordeel van het college

Tijdens het onderzoek door de vertrouwensarts  is onder meer onderzocht of mogelijk sprake was van Pediatric Condition Falsification, verder: PCF, een vorm van kindermishandeling. Zij heeft hierbij onjuiste conclusies getrokken uit de beschikbare medische gegevens en heeft die niet bij de onderzoekers van de kinderen gecheckt. Zij is onvoldoende op zoek gegaan naar informatie die haar ideeën tegenspraken. 
De rapportage voldeed op essentiële onderdelen, waarvoor de vertrouwensarts verantwoordelijk was, niet aan de hiervoor geldende criteria. Zo is de vertrouwensarts bij de interpretatie van de medische informatie over de kinderen onzorgvuldig geweest en buiten haar deskundigheidsgebied getreden. Daarnaast is het College van oordeel dat de vertrouwensarts op basis van haar onderzoek niet in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat sprake is van kindermishandeling en mogelijk van PCF. Het belang bij zorgvuldige rapportage is groot, gelet op de melding bij SAVE en de Raad voor de Kinderbescherming en verplichtte verweerster tot grote zorgvuldigheid en een zeer kritische houding.
Het College is het ook met klagers eens dat er niet zorgvuldig is gecommuniceerd met hun oudste zoon. Het College stelt op grond van de overgelegde rapportages vast dat bij hem sprake is van een disharmonisch profiel en dat hij het ontwikkelingsniveau van een jong kind heeft. Hoewel het in beginsel legitiem is om een kind van 16 jaar op de hoogte te stellen van de uitkomsten van het onderzoek, acht het College het onwenselijk om het kind met een dergelijke brief in een loyaliteitsconflict met zijn ouders te brengen. Ook het taalniveau van de brief is niet passend bij het ontwikkelingsniveau, terwijl de inhoud voor het kind zeer klemmend kan zijn.

Opgelegde maatregel

Over de vraag of de vertrouwensarts voldoende zelfreflectie heeft getoond doet het college geen uitspraken. De vertrouwensarts wordt de maatregel van een berisping opgelegd.
De volledige beslissing vindt u vanaf 25 april op tuchtrecht.nl

Het is inmiddels 25 april en de uitspraak is er. Ik plak deze hieronder compleet:
Alhoewel een ieder die redelijk lezen kan in staat moet zijn om de gehele uitspraak te kunnen interpreteren, wil ik hier toch vooraf een kleine toelichting geven op de door mij ingekleurde gedeelten. Uiteraard beveel ik u aan deze uitspraak toch volledig te lezen. De cijferaanduidingen verwijzen naar de uitspraak hieronder.

2.5 Min of meer worden ouders 'slecht' afgeschilderd. Komt vaker voor bij de jeugdzorg-sector.

2.9 'Veilig Thuis' stelt de reeds jarenlang vaststaande diagnosen in twijfel, verwerpt die en geeft meteen een verwijt aan de ouders, dat deze zelf de diagnosen zouden stellen!

3 'Veilig Thuis' laat zien dat zij door aandikken van symptomen en illusies scheppen dat de diagnose wél PCF zou moeten zijn. Enig specialistisch onderzoek door een neutrale deskundige ontbreekt echter!

Eveneens in dit blokje de brief aan het kind van 16: zelfs schriftelijk probeert VT een kind tegen zijn ouders op te zetten en een wig c.q. vertrouwenscrisis tussen kind en ouders te veroorzaken.

5.1 + 5.2 Zoals zo vele aangeklaagden uit de jeugdzorg-sector c.q. RvdK probeert aangeklaagde zich te verschuilen achter het team. Bij zowel RTvG als het NIP (Nederlands Instituut voor Psychologen) hebben deze al vele malen gesteld dat de beroepsbeoefenaar zelf verantwoordelijk is en die verschuiling achter protocollen niet opgaat! De beroepsregels zijn leidend en niet 'het protocol'!!

5.6 Het Tuchtcollege geeft hier de criteria waar een rapportage aan moet voldoen! Deze 5 kriteria kan iedere klager gebruiken als een soort geheugensteun dan wel basis bij het opstellen van klachten over artsen, psychologen of pedagogen bij RTvG , NIP, of NVO.

5.7 De communicatie is kennelijk 'zoals gebruikelijk' geweest bij de Jeugdzorg: géén normale 'hoor en wederhoor'!

5.9 De klacht over de 'zelfreflectie' is afgewezen. Het lijkt er op dat de klagers hiervoor geen aanvullend bewijs hadden overlegd, omdat het RTvG stelt dat zij geen oordeel hierover kunnen geven.

5.10 Duidelijke taal: Het RTvG geeft het primaat aan OUDERS met betrekking tot opvoeding van kinderen. Als Jeugdzorg (Jz) dan wel 'Veilig Thuis' anders wil, is er echter geen reden om dit op te dringen!
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing naar aanleiding van de op 11 september 2017 binnengekomen klacht van:
1. A, en
2. B,
beiden wonende te C,
k l a g e r s,
gemachtigde:mr. drs. M. Vlaming, advocaat te Netterden,

tegen

D,
arts,
werkzaam te E,
v e r w e e r s t e r ,
gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, advocaat te Utrecht.

1. De procedure
Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
het klaagschrift met de bijlagen;
het verweerschrift met de bijlagen;
de op 28 februari 2018 binnengekomen aanvullende stukken van de gemachtigde van klagers.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is op een openbare zitting behandeld.
Partijen waren aanwezig.
Partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden, die beiden een toelichting hebben gegeven aan de hand van pleitnota’s, die aan het college en de wederpartij zijn overgelegd.

2 De feiten

2.1. Klagers zijn de ouders van F (geboren: februari 2001), G (geboren: mei 2002) en H(geboren: juli 2004), hierna ook gezamenlijk “de kinderen” genoemd.

2.2.Bij de kinderen is in verschillende vorm en mate sprake van ontwikkelingsproblematiek, waarvoor zij alle drie een AWBZ-GGZ indicatie hebben ontvangen. Klagers hebben voor de kinderen individuele zorg en behandeling ingezet door middel van toegekende PGB’s.

2.3.Bij F is in 2007 een pervasieve ontwikkelingsstoornis vastgesteld (PDD-NOS). Van 2007 tot 2014 heeft hij in een leefgroep van I gewoond, waar hij ook is behandeld. Vanaf 2014 woont F thuis

2.4 Nadat de gemeenten in 2015 verantwoordelijk werden voor de Jeugdzorg, zijn de indicatiestellingen van de kinderen aanvankelijk overgenomen door de Gemeente C (verder: de gemeente). Over de zorgbehoefte van de kinderen hebben klagers en het Sociaal Team van de gemeente vanaf april 2015 gesprekken gevoerd. Partijen zijn het over de zorgbehoefte niet eens geworden. Het Sociaal Team heeft in maart 2016 een opdracht verstrekt aan een adviesbureau (J) om onderzoek te doen naar en advies uit te brengen over de zorgbehoefte van de kinderen

2.5 Op 4 juli 2016 is het conceptrapport door het adviesbureau afgerond en op 8 juli 2016 is het definitieve advies uitgebracht. Het adviesbureau heeft daarin onder meer vastgesteld dat bij de kinderen vanuit geobjectiveerde diagnoses, in meer of mindere mate, sprake is van psychische problematiek, gedrags- en angststoornissen met beperkingen, waardoor ze in meer of mindere mate tijdelijk of blijvend ondersteuning nodig hebben voor Jeugdhulp vanuit de Jeugdwet. Daarbij is de conclusie getrokken dat de thuissituatie voor de kinderen een bedreigend risico vormt voor hun ontwikkeling. Volgens het adviesbureau hebben vrijwel alle gesproken zorgverleners die bij het gezin betrokken zijn, alsmede de school van H hun zorgen geuit over de ontwikkeling van de kinderen en de problemen in hun thuissituatie.

2.6 Verweerster is werkzaam als vertrouwensarts bij K (hierna: K), onderdeel van L.

2.7 Op 28 oktober 2016 is door twee medewerkers van het Sociaal Team van de gemeente C een melding (aan de hand van een meldingsformulier) gedaan bij K betreffende de kinderen. De melding luidt, voor zover thans van belang, als volgt:
(…)
Reden van uw melding:
Welke zorgen heeft u, wat heeft u gezien of gehoord?
(…)
De onderzoekers van J maken zich ernstig zorgen over het welzijn van alle kinderen M, ook met betrekking tot de opvoedingsvaardigheden en overbelasting van ouders. Er is sprake van fysieke en verbale agressie in het gezin.
Het Sociaal Team C deelt deze zorg.
Sinds wanneer heeft u de zorgen en wat is de reden dat u nu meldt?
(…)
De gemeente C heeft hierna in augustus en september gesprekken met ouders gevoerd over het advies van J. Ouders zijn het niet eens met alle adviezen uit het onderzoek, om die reden stagneert de hulpverlening en vindt het Sociaal Team C het noodzakelijk dat K betrokken wordt. Met ouders is besproken om N te betrekken, ouders geven hier geen toestemming voor. Daarnaast zijn ouders het niet eens met de geadviseerde uithuisplaatsing van hun oudste zoon F, en stemmen zij niet in met het inzetten van een gezinscoach en het organiseren van een groot overleg met alle betrokken hulpverlening.

Wat bemoeilijkt de situatie om tot verbetering te komen?
(…)
Alle drie de kinderen hebben eigen problematiek waardoor er sprake is van een complexe zorgsituatie van het hele gezin en forste belasting daarvan voor de ouders. De thuissituatie van de kinderen lijkt de ontwikkeling van de kinderen in de weg te staan. Tijdens het onderzoek van J is naar voren gekomen dat er sprake is van fysieke en verbale agressie in het gezin, angstgevoelens bij alle kinderen en stagnatie in de ontwikkeling van alle kinderen. (…)”

2.8 K heeft de melding onderzocht. Op 16 februari 2017 heeft verweerster, als vertrouwensarts samen met O, een medewerker van K die contactpersoon was en eerste casushouder, een rapportage afgerond over het gezin M. Daarin staan onder meer, voor zover thans van belang, de volgende passages:
(…)
Zorgen
Wat is er aan de hand?
(…)
Bron: Medisch dossier ingezien door mevrouw D, vertrouwensarts K en conclusie vanuit de gesprekken door K met de kinderen:
- F: in 2010 is het advies ouderbegeleiding, dit lijkt niet opgevolgd te zijn. In 2014 is het advies IPG wat wederom niet door ouders is opgevolgd. Opvallend is dat er op school minder problemen lijken dan thuis.
- G: meest recente diagnose in 2016 is reactieve en aanpassingsproblematiek op gezinsomstandigheden, dus geen ADHD meer. Het advies is systeemtherapie wat ouders niet doen.
- H: meest recente diagnose in 2016 is angststoornis NAO, dus geen ASS meer. Ouders volgen het advies voor systeemtherapie niet op.
- in 2014, 2015 en 2016 is het advies IPG en systeemtherapie en alle keren is dit niet opgevolgd. Het lijkt erop dat de psychiatrische diagnoses bij alle drie de kinderen voornamelijk zijn gesteld op basis van het verhaal van ouders. Dit heeft voor de kinderen veel negatieve gevolgen gehad. Anderzijds hebben vrijwel alle behandelaren systeemtherapie geadviseerd die vervolgens nooit van de grond is gekomen. Er is daarom ook geen beeld verkregen van het gedrag van de kinderen in de thuissituatie en de interactie met ouders.
- K heeft alle kinderen gesproken. Er bestaat een discrepantie tussen het beeld dat ouders hebben geschetst van de kinderen, waarbij alle kinderen een ernstige beperking zouden hebben, en het beeld wat de kinderen hebben laten zien.
(…)

3 Conclusie en voorwaarden K

Is er sprake van kindermishandeling en/o huiselijk geweld en zo ja, in welke vorm?
Bevestigd
K is van mening dat kindermishandeling is bevestigd in de vorm van:
-Pedagogische verwaarlozing van F, G en H(bron: ouders besteden vrijwel alle opvoedkundige taken uit waarbij F drie verschillende logeeradressen heeft waar hij vrijwel ieder weekend is, schoolwissels worden door ouders ingezet waarbij de kinderen onvoldoende worden betrokken, hulpverlening aangaande de kinderen wisselt frequent, H werd tot de kerstvakantie 2016 veelvuldig ziek gemeld waarbij school de klachten niet herkende, passend ouder-kindcontact lijkt te ontbreken, ouders weigeren geadviseerde systeemtherapie)
- Lichamelijke mishandeling van F(bron: eerder bevestigd door J advies en het door P gedeelde verhaal wat H heeft verteld). Het feit dat H en G getuige zijn (geweest) van dit geweld maakt dat kindermishandeling in de vorm van getuige huiselijk geweld tevens bevestigd is.
- Lichamelijke verwaarlozing van H. (bron: kleding niet passend bij het seizoen, haren ongekamd, onverzorgde uitstraling)
Uit het medisch dossieronderzoek door mevrouw D, vertrouwenarts K, is een patroon gekomen van het zoeken naar een diagnose door ouders en het afhouden van geadviseerde hulp (systeemtherapie). In het patroon van het blijven zoeken naar een diagnose, het aandikken van symptomen en het benadrukken van wat de kinderen NIET kunnen zitten elementen van PCF:
pediatric condition falsification. Dit is een vorm van kindermishandeling met ernstige en langdurige gevolgen voor de gezondheid van kinderen en hun zelfbeeld.
K heeft ook met alle kinderen gesproken. Er bestaat een discrepantie tussen het beeld dat ouders hebben geschetst van de kinderen, waarbij alle kinderen een ernstige beperking zouden hebben, en het beeld wat de kinderen aan K hebben laten zien.
K vindt ook daarom dat er sprake is van het bewust uitvergroten en aandikken van de klachten door ouders, zoals dit wordt gezien bij PCF. (…)”
2.9 Na afronding van het onderzoek van K heeft een adviesgesprek plaatsgevonden met klagers. Daarna heeft K overleg gevoerd met de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), waarna het dossier aan de Raad is overgedragen.
2.10 In een brief aan F, gedateerd 21 juni 2017 met daaronder de namen van verweerster en haar collega O, staat het volgende:
(…)
Beste F,
Op 28 oktober 2016 heeft het Sociaal Team C contact opgenomen met K omdat ze zorgen hadden over jullie gezin. Het Sociaal Team maakt zich zorgen om jou, je broer en je zus omdat het advies wat gegeven was door J niet opgevolgd werd. Daarnaast zijn er zorgen geuit dat er thuis spanning is wat gepaard kan gaan met schreeuwen en slaan.
K heeft daarom onderzoek gedaan. Het doel van het onderzoek was om na te gaan of er inderdaad zorgen zijn. Om goed te kunnen begrijpen hoe het thuis bij jullie gaat hebben we gesproken met jou, je ouders, de huisarts, P, Q, R, de school van G, S (vorige school H) en T. K is bij jou op het U geweest voor een gesprek. K heeft toen met jou gesproken in het bijzijn van een begeleider van jou. Je vertelde ons dat je graag naar school wilt, dat je minder vaak naar een logeerhuis wil in het weekend, dat je hobby’s hebt zoals fietsen en dat je een goede vriend hebt die je te weinig ziet. En dat je door de drukte en de hulpverlening thuis onvoldoende tijd hebt voor je vriend en het fietsen.
K vindt het belangrijk om een jongere ook zelf te vertellen wat er uit een onderzoek is gekomen en wat voor advies er gegeven wordt. K heeft de afgelopen maanden geprobeerd om met je ouders afspraken te maken over hoe jij, G en H geïnformeerd kunnen worden. Je ouders willen niet dat jullie gesproken worden door K. Je ouders zeggen dit te belastend te vinden voor jou en K heeft hier begrip voor. Daarom krijg je nu een brief met hierin alsnog de terugkoppeling van het onderzoek.

Conclusie en advies

K bevestigt de gemelde zorgen door het Sociaal Team en maakt zich grote zorgen om jullie gezin. K heeft geconcludeerd dat langdurig sprake is van spanning thuis en dat dit ook wel eens uit de hand loopt waarbij er geslagen is.
K vindt het in jouw geval het belangrijkste dat er een ander en minder gunstig beeld van jou gegeven wordt door je ouders en door het U dan wat wij zien en wat we in de onderzoeken zien die er gedaan zijn. Er wordt te weinig rekening gehouden met jouw wensen en capaciteiten. K adviseert jou om je te laten onderzoeken door de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie van het V om een goed beeld te krijgen van de punten die goed gaan maar ook een beeld te krijgen van de dingen waar je hulp bij nodig hebt. Het zou kunnen dat de
uitkomst daarvan anders is dan tot nu toe het geval is. Omdat jij 16 jaar bent is er geen toestemming nodig van je ouders voor dat onderzoek. Daarnaast heb je zelf verteld dat je graag meer in de weekenden thuis zou zijn en graag zo snel mogelijk weer naar school zou willen. Inmiddels heeft K begrepen dat je drie dagen per week naar school gaat en K vindt dat heel fijn voor jou. Hoe het met de weekenden gaat hebben we nog niet gehoord. Voor jou is het goed om te weten dat jij ook daar zelf over mee beslist omdat je 16 jaar bent. Dus als je dat niet meer wilt kun je dit aangeven bij je ouders en het logeerhuis.
K vindt dat er binnen jullie gezin hulp moet komen die zich richt op de spanning onderling in huis. Deze vorm van hulp heet systeemtherapie en dit is in het verleden al door meerdere hulpverleners geadviseerd. K hoopt dat je ouders deze hulp gaan opstarten.

3. De klacht en het standpunt van klagers
De klacht bestaat, na bespreking met klagers ter zitting, zakelijk weergegeven uit de volgende onderdelen:
(i) verweerster heeft onzorgvuldig en onprofessioneel gehandeld bij de uitvoering van haar onderzoek, door onvoldoende acht te slaan op de psychisch-medische problematiek van de kinderen;
(ii) verweerster is bij het samenstellen van haar rapportages onzorgvuldig – want vooringenomen – geweest;
(iii) verweerster heeft zich met haar brief aan F op onzorgvuldige wijze uitgelaten;
(iv) verweerster heeft onvoldoende zelfreflectie getoond.

4. Het standpunt van verweerster
Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Zij voert, samengevat, aan dat K werd geconfronteerd met een ernstige melding over het gezin, die onderzocht moest worden. Daarbij is niet door haar, als individuele medewerkster, maar door K gerapporteerd. Een dergelijk rapport behoeft volgens verweerster niet te voldoen aan de criteria die gelden voor een deskundigenrapport. Er is sprake van een aaneenschakeling van beschuldigingen jegens verweerster die niet zijn onderbouwd met als doel K buiten de deur te houden. Voor zover nodig wordt op de stellingen van verweerster hieronder ingegaan.

5. De beoordeling
5.1 Met de klacht hebben klagers het handelen van verweerster als vertrouwensarts bij het onderzoek van hun gezin door K ter beoordeling voorgelegd. Het College stelt bij die beoordeling voorop dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2. In het tuchtrecht is persoonlijke verwijtbaarheid uitgangspunt. Verweerster voert aan dat het hier gaat om beslissingen en rapportages van de organisatie K en niet van haar als individuele medewerker. Het College is van oordeel dat verweerster als vertrouwensarts vanwege haar medische expertise bij het onderzoek, dat zich mede richtte op een vermoeden van kindermishandeling, betrokken was. Verweerster was mede-onderzoekster en maakte daarbij gebruik van de kennis waarvoor zij als vertrouwensarts is geregistreerd. Zij bestudeerde de medische stukken c.q. medische dossiers van de kinderen, beoordeelde (psychiatrische) rapportages en gestelde diagnoses en heeft op basis daarvan in een rapport conclusies getrokken en adviezen gegeven die mede op haar “oordeel” als vertrouwensarts zijn gebaseerd. Zij heeft zich daarbij begeven op het gebied van de individuele gezondheidszorg. Daarmee heeft verweerster een eigen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot het onderzoek en opstellen van rapportages en kan haar handelen worden getoetst aan de tuchtnormen uit artikel 47 lid 1 Wet BIG. Ook als verweerster handelingen in een multidisciplinaire setting of team uitvoert, kan het College verweerster aansprakelijk houden en aan haar individueel toerekenen bepaalde handelingen die in een collectief verband zijn verricht.
5.3 Bij K is een melding gedaan vanwege zorgen over het welzijn van de kinderen van klagers. Ook waren er zorgen over de opvoedingsvaardigheden en overbelasting van klagers. Er was volgens melders sprake van verbale en fysieke agressie in het gezin en de ontwikkeling van de kinderen zou in het gedrang zijn. Klagers zouden adviezen over hulpverlening aan het gezin, bijvoorbeeld door middel van een gezinscoach of systeemtherapie, afwijzen. De klachtonderdelen onder i) en ii) betreffen het onderzoek en de rapportage naar aanleiding van de melding, waarbij onderzocht is of sprake is van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. De klachtonderdelen lenen zich daarmee voor een gezamenlijke bespreking.
Hoewel het klachtonderdeel onder i) ruim is geformuleerd, stelt het College vast dat klagers hun stellingen toespitsen tot het verwijt dat verweerster bij haar onderzoek de psychisch medische problematiek van de kinderen onzorgvuldig heeft beoordeeld. Tijdens het onderzoek door verweerster is onderzocht of mogelijk sprake was van Pediatric Condition Falsification, verder: PCF. Deze vorm van kindermishandeling was ook wel bekend onder de naam Münchhausen by proxy syndroom (hierna: MPS) maar sinds 2007 wordt de term Pediatric Condition Falsification (hierna: PCF) en Factitious Disorder by Proxy (FDP) gebruikt. PCF is het deel van de diagnose bij het kind. FDP is het deel van de diagnose dat betrekking heeft op het mishandelende gedrag en de intenties van de ouders: het veroorzaken van fysieke of psychische klachten bij het kind, klachten verzinnen of aanpraten en/of bestaande klachten uitvergroten. Verweerster heeft na medisch onderzoek geconcludeerd tot een patroon bij ouders van blijven zoeken naar een diagnose, aandikken van symptomen en het benadrukken van wat de kinderen niet kunnen, door haar geduid als elementen van PCF.

5.4 Het College stelt voorop dat het aan verweerster is om bij haar onderzoek te bepalen welke bronnen zij raadpleegt en met welke andere hulpverleners zij van gedachten wil wisselen. Juist omdat de onderzoeker zich bij zijn proces van meningsvorming baseert op meningen en observaties van anderen, zoals zorgverleners en andere bij het gezin betrokkenen, en het tot een ernstige beschuldiging van en conclusies over ouders kan leiden, dient naar het oordeel van het College steeds gewaakt te worden voor het ontwikkelen van een tunnelvisie of voor “confirmation bias”. De onderzoeker moet ter bevestiging, versterking of ontkrachting van het vermoeden van PCF serieus naar alle kanten van de zaak kijken en daarmee dus kritisch te zijn. Zo moet de onderzoeker niet alleen zoeken naar informatie die zijn ideeën bevestigen, maar ook naar wat die ontkrachten. Ook dient de nieuwe informatie zorgvuldig geïnterpreteerd te worden. In dat alles is verweerster naar het oordeel van het College tekortgeschoten nu zij blijkens haar rapportage in het onderzoek onvoldoende op zoek is gegaan naar informatie die haar ideeën tegenspraken. Ook heeft zij de door ouders gegeven uitleg van situaties zonder meer of niet beargumenteerd naast zich neergelegd.

5.5. Bij de kinderen heeft zeer herhaaldelijk jeugdpsychiatrisch onderzoek plaatsgevonden, wat heeft geresulteerd in uitvoerige rapporten, waarbij deskundigen door de jaren heen nagenoeg dezelfde diagnoses hebben gesteld. Niettemin rapporteert verweerster: “G: meest recente diagnose in 2016 is reactieve en aanpassingsproblematiek op gezinsomstandigheden, dus geen ADHD meer. (…) H: meest recente diagnose in 2016 is angststoornis NAO, dus geen ASS meer. Dat is een onjuiste conclusie van verweerster die geen steun vindt in de medische rapportages over de kinderen. Bij G was blijkens de overgelegde rapporten voortgezet sprake van ADHD, terwijl de bij H vastgestelde pervasieve ontwikkelingsstoornis onderdeel is van ASS. Verweerster mocht uiteraard twijfelen aan de gestelde diagnoses, maar dan had zij daarnaar onderzoek moeten doen, wat zij heeft nagelaten. Verweerster kan worden verweten dat zij geen informatie over de psychiatrische onderzoeken heeft ingewonnen door contact te leggen met de onderzoekers van de kinderen, wat het beeld van vooringenomenheid kan oproepen. Zo is bijvoorbeeld ook niet gesproken met informanten die meer inzicht hadden kunnen geven in de draagkracht van en het (kunnen) borgen van een veilige omgeving door de ouders in relatie tot de kinderen. Verweerster is met haar interpretatie van de onderzoeken bovendien buiten haar deskundigheidsgebied getreden. Dat klemt te meer nu zij haar interpretatie van de rapportages ten grondslag legt aan het vermoeden van PCF en in de rapportage schrijft dat de psychiatrische diagnoses voornamelijk zijn gesteld op basis van het verhaal van de ouders, alsmede dat ouders symptomen aandikken, zonder dit objectief te onderzoeken en zorgvuldig te toetsen.

5.6 Wat de rapportage betreft geldt nog het volgende.In het rapport is expliciet vermeld dat het bevat de onderzoeksbevindingen, onderzoeksconclusie en voorwaarden c.q. adviezen, alsmede dat het dient als overdracht aan N. Indien ouders niet akkoord gaan met de voorwaarden c.q. adviezen dient het rapport als overdracht aan de Raad voor de Kinderbescherming. Dat noopt tot zorgvuldige rapportage. Anders dan zijdens verweerster is betoogd, dient een dergelijk rapport overeenkomstig de vaste jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege van de Gezondheidszorg te voldoen aan de volgende criteria:
1. Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust;
2. Het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden;
3. In het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen;
4. Het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, daaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen;
5. De rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.
Het college toetst daarbij ten volle of het onderzoek uit een oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de toets der kritiek kan doorstaan. Ten aanzien van de conclusie van de rapportage wordt beoordeeld of verweerster in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.

5.7. Zoals eerder overwogen is verweerster bij de interpretatie van de medische informatie over de kinderen onzorgvuldig geweest en buiten haar deskundigheidsgebied getreden. Daarnaast is het College van oordeel dat verweerster op basis van haar onderzoek niet in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat sprake is van kindermishandeling en mogelijk van PCF. Datzelfde geldt voor de conclusie van verweerster dat bij H sprake is van lichamelijke verwaarlozing. Door verweerster zijn zeer eenzijdig bronnen aangehaald die niet veelzeggend zijn als onderbouwing van verwaarlozing. Weliswaar zijn bij de verzorging en aankleding van H vraagtekens te plaatsen, maar klagers hebben daarvoor een verklaring gegeven die niet door verweerster is meegewogen of verder is onderzocht. Van serieuze hoor en wederhoor lijkt geen sprake te zijn. Ook de constatering dat sprake is van lichamelijke mishandeling van F, behoudens de door klager erkende tik op de arm, vindt in het licht van de betwisting daarvan door ouders onvoldoende steun in de feiten. Voor de conclusie dat kindermishandeling is bevestigd met elementen van PCF, welke conclusie naar verweerster heeft moeten beseffen vergaande gevolgen zou kunnen hebben voor klagers, heeft het college geen motivering in het dossier kunnen vinden. De tekening van H waar verweerster ter zitting op heeft gewezen, kan daaraan niet toe of afdoen nu dit niet uitsluit dat sprake kan zijn geweest van een eenmalige gebeurtenis die veel indruk op het meisje heeft gemaakt. In haar schriftelijk verweer en ter zitting heeft verweerster evenmin een nadere onderbouwing kunnen geven. Dat had wel van verweerster mogen worden verwacht, temeer daar uit het dossier niet blijkt van onjuiste diagnoses, aandikken van klachten, symptomen en beperkingen. Aan verweerster kan worden toegegeven dat er serieuze zorgen waren over de kinderen, maar het is haar taak om zorgvuldig onderzoek te doen en daarover het gesprek aan te gaan met de betrokkenen. Daarin is verweerster tekortgeschoten. De conclusie van al het vorenstaande is dat de klachtonderdelen onder i) en ii) gegrond zijn.

5.8. Het klachtonderdeel iii) betreft de brief d.d. 21 juni 2017 die mede namens verweerster aan F is gestuurd. Verweerster heeft ter zitting verklaard dat zij nog steeds achter die brief staat. Vooropgesteld moet worden dat een vertrouwensarts verantwoordelijk is voor een goede communicatie met ouders en kinderen. Vastgesteld kan worden dat - hoewel beide partijen met oprechte bedoelingen lijken te hebben gehandeld - het in de communicatie tussen partijen is misgegaan. Het College stelt op grond van de overgelegde rapportages aangaande F vast dat bij hem sprake is van een disharmonisch profiel en dat hij het ontwikkelingsniveau van een jong kind heeft. Hoewel het in beginsel legitiem is om een kind van 16 jaar op de hoogte te stellen van de uitkomsten van het onderzoek, acht het College het onwenselijk om het kind met een dergelijke brief in een loyaliteitsconflict met zijn ouders te brengen. Ook het taalniveau van de brief is niet passend bij het ontwikkelingsniveau van F, terwijl deze voor het kind zeer klemmend kan zijn, gezien de passage: “K vindt het in jouw geval het belangrijkste dat er een ander en minder gunstig beeld van jou gegeven wordt door je ouders en door U dan wat wij zien en wat we in de onderzoeken zien die er gedaan zijn. Er wordt te weinig rekening gehouden met jouw wensen en capaciteiten.” Daar waar de vertrouwensarts, ergo verweerster, verantwoordelijk is voor een zorgvuldige communicatie en de brief mede namens haar is gestuurd waarmee deze onder haar individuele verantwoordelijkheid valt, is de conclusie dat verweerster kan worden toegerekend dat niet adequaat is gecommuniceerd met het kind. Het klachtonderdeel is daarmee gegrond.

5.9. Met het klachtonderdeel iv) verwijten klagers verweerster dat het haar ontbreekt aan zelfreflectie. Het College zal zich niet wagen aan een dergelijke subjectieve beoordeling van verweerster, waarmee het klachtonderdeel dan ook wordt verworpen.

De conclusie van het voorgaande is dat de klacht deels gegrond is. Verweerster heeft gehandeld in strijd met de zorg die zij ingevolge artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg jegens klagers had behoren te betrachten.

5.10. Wat de op te leggen maatregel betreft, is het college van oordeel dat het verweerster in deze zaak heeft ontbroken aan de noodzakelijke mate van zorgvuldigheid. Uit de rapportage en het relaas van verweerster ter zitting blijkt dat zij ieder kind een goede ontwikkeling en leefomgeving gunt, zo ook de kinderen van klagers maar dat mag niet te snel tot de conclusie leiden dat sprake is van bedreiging van het kind in zijn ontwikkeling die het gevolg zou zijn van het handelen dan wel nalaten van handelen van de ouders of van kindermishandeling. Aan ouders komt bij de verzorging en opvoeding van kinderen autonomie toe, die in een situatie van kindermishandeling of huiselijk geweld, kan worden doorbroken. Dat verweerster het voor de kinderen beter acht dat zij een andere verzorging en opvoeding genieten, is geen maatstaf voor ingrijpen in het gezin of het inzetten van hulpverlening tegen de wil van ouders. De rapportage voldeed op essentiële onderdelen, waarvoor verweerster verantwoordelijk was, niet aan de hiervoor genoemde criteria. Het belang bij zorgvuldige rapportage is groot, gelet op de melding bij N en de Raad voor de Kinderbescherming en verplichtte verweerster tot grote zorgvuldigheid en een zeer kritische houding. Hier kan niet aan afdoen dat ook klager mogelijk iets met betrekking tot een goede samenwerking en communicatie te verwijten valt. Het college is van oordeel dat het handelen van verweerster dermate ernstig is, dat niet met het opleggen van de lichtste maatregel kan worden volstaan zodat de maatregel van berisping passend is.

6. De beslissing

Het college:
verklaart de klacht onder i), ii) en iii) gegrond;
legt op de maatregel van berisping;
wijst de klacht voor het overige af.

Aldus beslist door:
mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter,
dr. C.M. Sonnenberg, K. Haasnoot, H.A. van Dijk, leden-arts,
mr. dr. R.E. van Hellemondt, lid-jurist,
bijgestaan door mr. J.M. Sodderland-Elzas, secretaris,
en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2018 door de voorzitter in aanwezigheid van de secretaris.

WG WG
secretaris voorzitter


Conclusie
Wederom blijkt uit deze uitspraak een bevestiging van het beeld dat de meeste mensen hebben van de jeugdzorgsector: ouders schofferen, ouders beschouwen als ondeskundig en onmondig, zelf diagnoses stellen zonder adequaat onderzoek, door ouders vertrouwde deskundigen negeren en aan de kant zetten, gezinnen splitsen door kinderen op te zetten tegen ouders (in dit geval) en dan vooral een stelletje LEUGENS ventileren in hetgeen men een 'rapport' noemt.
In deze uitspraak heb ik wederom een onderbouwing gevonden voor de Latijnse spreuk onder mijn artikelen. Of zou ik die moeten vervangen door de woorden van Prem: 'BJZ moeten ze OPBLAZEN...'? (zie 'Verboden vragen'/ eerste alinea en de video op ca. 2.06 u-! (1.35 u: ff lachen!)) Het beeld is in meer dan 50 jaar niet veranderd, wel de namen en de steeds maar toenemende geldstromen naar de jeugdzorgsector!
Eindelijk is het zover: mw. A.M. Raat heeft een BERISPING en dat is al stap 2 op de goede weg: de Tuchtcolleges kennen 4 straffen: waarschuwing, berisping, tijdelijke doorhaling uit de registers en levenslange doorhaling. Nog 2 stappen te gaan dus!!
Moge deze uitspraak een steun zijn voor de ouders die nog lijden onder de terreur van 'Veilig Thuis' en hun artsen die alleen maar uit zijn op valse beschuldigingen en om hun jacht op minstens 600 ouder paren die hun kinderen mishandelen middels PCF....
Ik wil hier mijn grote bewondering en waardering voor op de eerste plaats de ouders die door een HEL gegaan zijn 'dankzij' de terreur van 'Veilig Thuis' en voor dit Tuchtcollege uitspreken. Eveneens de wens uiten dat deze uitspraak aanleiding zal zijn tot verdwijnen van de VT-artsen met hun jacht op PCF / 'kinder-mishandelende ouders'!
Ceterum censeo BJZ / 'Veilig Thuis' esse delendam (naar Cato Maior)


Drs. N.J.M.Mul, arts n.p.
P.S. Tijdens het schrijven van bovenstaande bericht bereikte mij het nieuws dat de veroordeelde mw. Raat nog steeds doorgaat met valse beschuldigingen en medische nonsense: nu zouden ASS (Autisme Spectrum Stoornissen) bij kinderen duiden op PCF en 'ernstige kindermishandeling'. Zie dit bericht! Hier past mijns inziens slechts één reactie: AANKLAGEN en bij het RTvG levenslange schorsing en doorhaling uit de registers eisen!














vrijdag 16 maart 2018

Hiep Hoi, wij hebben 'Jeugdzorg' !!

'De hulpverlening aan jongeren staat vaak ter discussie. En niet altijd in positieve zin. Ook nu weer. Er is weliswaar een nieuwe Wet op de Jeugdzorg aangenomen, maar weinigen geloven dat daardoor de hulpverlening aan jongeren beter zal worden.Toch staat in die wet wat jongeren en hun ouders graag willen.' *)

Bovenstaande is niet van recente datum doch sloeg op de Wet op de Jeugdzorg 2005. De wet die recentelijk vervangen is door de nieuwe Jeugdwet 2015.

Inderdaad klopte bovenstaande citaat: in de wet stond onder andere dat de Stichtingen die zorg droegen voor de BJZ 'ouders hielpen om de juiste zorg te bewerkstelligen' en 'zorgen weg te nemen die tot de maatregel (Onder Toezicht Stelling / Uit Huis Plaatsing) geleid hebben weg te nemen.
Indicatiebesluiten tot UHP zouden alleen opgesteld worden met behulp van een gekwalificeerd gedragsdeskundige. Hulpverleningsplannen zouden alleen tot stand komen na overleg en met instemming van de ouders. Prachtig allemaal. En hoe ging de werkelijke praktijk?
Menig artikel is hierover al geschreven, die ga ik niet allemaal aanhalen, echter het proefschrift 'De Tirannie van de jeugdzorg' van dr. R. Clarijs en de rapporten 'Is de zorg gegrond?' (Nationale Ombudsman) en dat van de Commissie Samson ('Seksueel misbruik is structureel aanwezig binnen de jeugdzorg' zeiden genoeg.
Naar ouders werd gewoonweg niet geluisterd en al helemaal niet over samenwerking bij het vinden van de juiste hulp. Sterker nog: als er al naar redelijkheid voldoende en juiste hulp was die de ouders hadden gekozen, dan werd die vaak door jeugdzorg beëindigd waarna BJZ vervolgens stelde 'hulp in de thuissituatie is niet mogelijk' om vervolgens via een leugenachtig indicatiebesluit in samenwerking met een kinderrechter de kinderen uit huis te plaatsen!

Maar nu zou het beter worden: er komt weer een nieuwe wet, waarbij de jeugdzorg dichter bij de mensen zou komen, buurt-teams, zorgmanagers enz. enz.. Dit alles onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. In de wet staat zelfs dat gemeenten (gemeenteraad / wethouders) JAARLIJKS informeren bij de ouders naar de tevredenheid over de jeugdzorg....

Wat gebeurt in de praktijk sinds 2015

Gemeenten gaan inderdaad in gesprek, alleen niet met ouders. Sterker nog, de voornaamste zorg schijnt te zijn om de jeugdzorgmedewerkers aan het werk te houden en de financiering van hun paleizen rond te krijgen en niet te vergeten hun salaris en bonussen. Omdat in de wet staat dat de jeugdzorg nu moet geschieden door een 'gecertificeerde instelling' werden alle BJZ en aanverwanten opeens gecertificeerd, alsof ze met een papiertje over registratie opeens van mentaliteit zouden veranderen en hun gedrag over hun werkwijze met roddel, achterklap, bedreigingen en ouders-negeren opeens beter zou worden....
In de aanloop naar de nieuwe wet waren er zelfs wethouders, zoals die van Maastricht, die er trots op waren dat ze op dezelfde voet zouden verder gaan: voor de hele regio was alles bij het oude en zou dat ook blijven.....Ik verwijs naar mijn artikel 'Zuid-Limburg, je zal er maar wonen'.
In mijn enthousiasme over de inspraak van ouders bracht ik juli 2014 een optimistisch artikel uit, dat helaas niet bewaarheid is geworden in de praktijk: de ouders zouden namelijk mee mogen doen met alle overlegtafels, dus eindelijk zou er eens naar ouders geluisterd gaan worden. Niet dus.

In de praktijk kwam er een zeer sterke drang- en aanvullende dwangzorg opgelegd door de 'beschermingstafels' en de 'gecertificeerde instellingen'. Een collega jeugdzorg-blog-schrijver maakte onlangs een en ander duidelijk door de werkwijze van 'jeugdzorg' te vergelijken met de bescherming die maffia-gangs bieden: 'accepteer je niet onze zorg, dan ruïneren we je zodat de rechter je kinderen aan ons overgeeft, maar pakken zullen we u'... Ik verwijs naar het schitterende artikel van Sven Snijer.

Wie zal dat betalen?

In de aanloop van de transitie waren er veel zorgen over hoe een en ander in zijn werk zou gaan: de jeugdzorg moest goedkoper, de gemeenten moesten het met een kleiner budget doen. Er werd gevreesd voor ontslagen bij BJZ en leegstand in de zorginstellingen. Er kwam overleg op gang. In tegenstelling van wat de burgers werd voorgehouden was het overleg niet met ouders en de zogenaamde 'ontvangers van de jeugdhulp', maar bijna uitsluitend met de jeugdzorgbestuurders en de zorgaanbieders. Sommige wethouders waren zeer trots toen ze konden melden dat de jeugdzorg op de zelfde voet verder zou gaan.

Dat laatste werd evenwel niet bewaarheid: in plaats van overleg mét ouders kwam er eerder overleg over ouders en het aandikken van allerlei zorgen met als resultaat minder gevraagde zorg voor kinderen, méér aanmodderen met goedkope 'hulpverleners' (wie het ook mogen zijn) en vooral geen echte professionele zorg, want dat zou te duur zijn. Resultaat: na voldoende aanmodderen komt de dwang echt: Onder Toezicht Stelling (OTS) en Uit Huis Plaatsingen (UHP). De rechter beslist, wederom op grond van dezelfde soort (ronduit leugenachtige) rapporten met zinnen als 'hulp in de thuissituatie mocht niet baten' en allerlei verzinsels, zonder verificatie door een gedragsdeskundige. Nieuwe ziekten werden verzonnen, zolas de nu heersende 'epidemie' van PCF (Pediatric Condition Falcification, het gevolg van Münchausen by Proxy bij de ouders / ouders die bewust hun kinderen ziek maken!), waar 600 gevallen per jaar van zouden moeten voorkomen (aldus Veilig Thuis!), maar er zijn slechts 60 meldingen en die zijn vooral gekomen na de 'voorlichting' door VT!

U, geachte lezer, zal nu denken 'dan wordt de zorg toch duurder?'. Dat heeft u goed gezien!! Inderdaad, maar dat deert jeugdzorg niet: bij een rechterlijke beslissing tot OTS / UHP dienen gemeenten in feite ONBEPERKT te blijven betalen, de werkgelegenheid en het inkomen is gegarandeerd!

Gemeenten dienen dan te blijven betalen en hebben geen enkele invloed meer over de zorg, dat is dan toevertrouwd aan de Gecertificeerde Instelling (GI / voorheen BJZ)

Komt daar ooit een eind aan? Neen! Er is geen enkele gemeente die aan de GI's zal vragen 'kan het ook anders?' of de vraag: 'gaat er gewerkt worden aan thuisplaatsing met al dan niet hulp thuis? NEEN!

Waar moet het geld vandaan komen?

Gemeenten krijgen inderdaad, naar rato van het inwoneraantal, een rijksbijdrage voor bekostiging van de jeugdzorg en WMO. Helaas is het zo dat als er geld tekort is, de gemeenten dit zelf moeten ophoesten door het verhogen van de gemeentelijke belastingen. Korte tijd geleden kon men dat merken toen de jaarlijkse aanslag in de bus viel. In diverse tv-programma's werd ronduit gezegd dat de verhoging van gemeentelijke belasting kwam door de jeugdzorg Nog wel zo eerlijk.
Wat overigens wél in stand is gebleven zijn de zeer hoge salarissen van jeugdzorgbestuurders en hun bonussen! Voor de echte noodgevallen kan uiteraard wederom een beroep gedaan worden op de burgers: de belastingen verhogen! Het staat gemeenten vrij mijn concept-motie te gebruiken!

De ouders aan het woord

Volgens de nieuwe wet van 1-1-2015 dienen de gemeentebesturen jaarlijks te informeren bij gebruikers van jeugdzorg hoe die ervaren wordt. Tot op heden heb ik geen enkele gemeente hier over gehoord, geen openbare aankondiging vanuit de gemeenteraad om ouders te horen, NIETS.


Voor gemeentebestuurders (en ouders)

Nu de verkiezingen dichterbij komen lijkt het mij nuttig om (aspirant) raadsleden even wakker te schudden.


Daarom een korte samenvatting van hoe het jeugdzorg steeds maar lukt om meer geld te vangen.
  1. Jeugdzorg zit aan tafel bij de thuis-teams, beschermingstafel bij zorg-overleg.
  2. In de buurt-teams wordt van alles en nog wat aan 'goedkope zorg' besproken en ook aangewend bij kinderen die jeugdhulp nodig hebben.
  3. De 'goedkope zorg' is veelal niet toereikend en is meestal niet voorafgegaan door deugdelijke diagnostiek van een echte deskundige als kinderpsychiater of orthopedagoog enz..
  4. Omdat die zorg onvoldoende is, zal jeugdzorg veelal opperen om dan maar gedwongen jeugdzorg in te zetten. Jeugdzorg zal daarom een rapport maken, indicatiebesluit genaamd, met daarin de zinsnede 'hulp in het vrijwillig kader was ontoereikend' (deze zin is altijd goed voor een OTS!!) dan wel 'hulp in de thuissituatie is niet mogelijk gebleken' (dit is altijd goed voor een UHP)
  5. Jeugdzorg, dan wel de Raad voor de Kinderbescherming gaat met de indicaties naar de rechter. Ouders hebben vaak daar ook al geen weerwoord: de 'professionals' zijn toch de 'deskundigen' voor de rechter? De rechter spreekt meestal een OTS of UHP uit.
  6. De buit is binnen: gemeenten moeten praktisch onbeperkt betalen aan jeugdzorg: een OTS minstens 8000, een UHP is goed voor ca. 40.000 Euro's per jaar! De rechter heeft immers beslist!
  7. Jeugdzorg zal er alles aan doen om 1 jaar later te verklaren dat de zorgen nog aanwezig zijn om wederom bij de rechter een verlenging van OTS of UHP te verkrijgen. De gemeenten kunnen verder betalen en belastingen verhogen.
Uiteraard zal jeugdzorg er alles aan doen om politici te overtuigen van hun noodzaak: zij beschermen toch de 'bedreigde kinderen' die de dupe zijn van 'zwakke ouders'? Durf als politicus maar eens 'nee' te zeggen bij hun vragen om meer geld!


Voor gemeentebestuurders / raadsleden:

  • Ga eens met uw burgers praten over hun tevredenheid met betrekking tot de jeugdzorg.
  • Praat eens met jeugdzorg en stel vragen als 'Werkt u ook aan terugplaatsing van kinderen?' Wilt u ons aangeven wat er zou kunnen verbeteren in gezinnen zodat niet zo veel kinderen uit huis geplaatst moeten worden? Worden uw indicaties voor zorg getoetst door onafhankelijke gedragsdeskundigen na gedegen onderzoek of is het nog steeds gebaseerd op 'onderbuikgevoelens' en losstaande indrukken en meningen?
    Misschien de belangrijkste vraag: is het zo slecht gesteld met Nederlandse ouders en kinderen dat in Nederland maar liefst 48 x zoveel kinderen uit huis geplaatst worden als in België?
  • Verbeter uw vrijwilligershulp zoals Home Start projecten ter ondersteuning van ouders. Veelal is een gezinshulp of ondersteuning van een kind voor enkele uren per week toereikend!

Voor ouders /jeugdzorg gebruikers:

  • Vraag aan uw (kandidaats)raadsleden hun visie over jeugdzorg.
  • Vraag aan uw gemeente wanneer de jeugdzorg-gebruikers gehoord gaan worden door de gemeenteraad, zoals de wet hen verplicht.

Bezuinigen

Als men hulp wil geven, dan dient men uit te gaan van enige ouderwetse doch nog steeds geldende uitgangspunten:
  1. Ongevraagde hulp wordt zelden gewaardeerd.
  2. Hulp dient voorafgegaan te worden met gedegen diagnostiek door een deskundige (en niet door amateuristische vermoedens!).
  3. Hulp dient antwoord te geven op de hulpvraag.
  4. Hulp dient alleen en uitsluitend het gevraagde te betreffen: overdaad schaadt!
  5. Houd bij de hulp gezinnen zo veel mogelijk intact, het kind heeft immers het recht op beide ouders én hun familie.
  6. Richt door de hulp geen overbodige schade aan.

Enige ideeën:

a. Heeft een gezin orde-problemen: direct een systeemtherapeut inzetten dan wel bij minder ernstige gevallen hulp van projecten als 'Home Start' (eenvoudige hulp op ouder-ouder niveau voor ouders die mogelijk overbelast raken . Geen poespas met indicatiebesluiten of rechters, alleen vrijwilligers die elkaar helpen!)

b. Heeft een kind psychiatrische problemen als depressies en waandenkbeelden: direct een (kinder)psychiater inzetten.

c. Heeft een kind onverklaarde angsten, slaapstoornissen en gevolgen van pestgedrag op school: direct verwijzen naar een échte kinderpsycholoog. Dit is te zwaar voor amateurs!

d. Heeft een kind problemen als gevolg van een echtscheiding: schakel direct hulp in van een echtscheidings-specialist, en niet allerlei ondeskundige babbelaars in een wijkteam!


In de bovengenoemde gevallen worden nu wijkteams en beschermingstafels of wel buurtregisseurs ingezet. Mijns inziens is dat overbodige nonsens en geldverspilling. Ouders kunnen namelijk zelf wel, al dan niet in overleg met hun huisarts, inzien wat noodzakelijk is.
Treurig is dat huisartsen worden buitengesloten en ouders gezien worden als onmondig, 'zwak'en 'niet leerbaar' zodat de kinderen 'bedreigd' worden (aldus 'Veilig Thuis' c.s.)

Een actualiteit van een gerenommeerde hoogleraar, prof. R. Vermeire, die twitterde 'Verkiezingen zijn uitgelezen kans om jeugdzorg op orde te krijgen'.  Ik sluit me daarbij aan, echter denk wel de andere kant op: in plaats van meer macht voor jeugdzorg er eens het mes radicaal in zetten. Het artikel van Trouw is namelijk geschreven door Hans Spigt, voorzitter van Jeugdzorg Nederland, die pleit voor jeugdzorg tot 23 jaar en kinderen langer in pleeggezinnen.
HOERA!!!

Bent u ook zo blij met 'jeugdzorg' als bijvoorbeeld Hans Spigt? Wilt u ook de jeugdzorg tot uw kinderen 23 jaar zijn? Vooral: ziet u ook al met vreugde en verlangen uit naar de volgende verhoging van lokale belastingen in verband met jeugdzorgkosten? Bent u écht zo blij?


Wat het ook mogen zijn: laat het blijken aan uw lokale politici!


Ceterum censeo BJZ / 'Veilig Thuis' esse delendam (naar Cato Maior)

Nico Mul 
meldpuntjeugdzorg@gmail.com

Belangrijk!!
Speciaal voor gemeentebestuurders en wakkere ouders: Sven Snijer en Ranada van Kralingen publiceerden op 21-3-2018 een interview met gemeenteraadslid Wim Willems die wél wakker is, aangaande 'jeugdzorg'!  Zie hier het artikel: http://svensnijer-essays.blogspot.nl/2018/03/raadslid-apeldoorn-over-werkwijze.html
Mijn advies: doorsturen en verder publiceren!!! N.M.


*) citaat uit het voorwoord door drs. P. Lankhorst van het boek 'Zo willen wij het' door Fiet van Beek ISBN 90 6665 506 2 SWP Amsterdam 2004